In 1966 startte Guus en Els Wilbers het zomerkamp voor kinderen waarvan de ouders niet met vakantie konden van wegen hun activiteiten voor de toeristen. Het werd een groot succes maar al gouw bleek dat heel veel kinderen ook graag wilden komen. Het gevolg daarvan was dat er na een paar jaar drie weken zomerkamp nodig waren, drie weken lang steeds 100 kinderen. De bakkers zorgden voor stokbrooddeeg, de brandweer kwam en organiseerde spuitwedstrijden en bij de Poelenburgh mochten de kinderen een rit op een paard maken. Het aantal vrijwilligers dat dit alles mogelijk maakte werd steeds groter.